Luizen! Ik krijg zó de kriebels van die beestjes

Leeloop luizen

‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent. Ben je voor het eerst hier, of ben je al bekend?” Ja ook ik kijk, als juf en moeder, graag naar ‘De Luizenmoeder’. Al zit er in elke uitzending vaak een pijnlijke kern van waarheid verscholen, ik vind het heerlijk om te zien hoe het reilen en zeilen op een basisschool op de hak wordt genomen. Het gedrag van ouders… Zó herkenbaar.

Luizenmoeders, ze bestaan echt!
Elke maandag, na een vakantie, komen de luizenmoeders aan gemarcheerd. Gestoken in een soort ruimtepak. Bewapend met flessen dettol, kammetjes en handdoeken. Net tijdens een moeilijke les of wanneer je de rust in de groep hebt gevonden, wordt er stevig op de deur gebonsd. Er verschijnt een ruimtehelm om de hoek van de deur, het vizier gaat open en de luizenmoeder roept: “Luizencontrole!”. Mijn gedachten schieten heen en weer: ‘O ja, het is de eerste maandag na de vakantie. O ja, er zijn hier wellicht kindjes met luis! O ja, ik heb vandaag alle kinderen wel geknuffeld, op schoot gehad, aangeraakt of een aai over de bol gegeven. O ja, ik heb mijn haar los vandaag. O ja, ze komen mijn les weer verstoren.’

Superleuk zo’n maandagmorgenuitje
Een leuk wandelingetje met de mevrouw in het ruimtepak. Lekker kletsen in de wachtrij. Een heerlijke hoofdmassage op een grote stoel. Kiezen wat voor kapsel je wilt (doe maar twee ingevlochten knotten met zestien speldjes alsjeblieft) en daarna terugrennen naar de klas voor een potje tikkertje. Ze hebben vrij spel, want de juf staat tenslotte nog bij de luizencontrole. Superleuk zo’n maandagmorgenuitje. Wie wil dat nu niet?!

Ik krijg zó de kriebels van die beestjes
Zodra ik een glimp van de ruimtewezens opvang begin ik al te krabbelen. In paniek denk ik: ‘Zie je wel ik heb ook luis!’ Een zenuwslopende middag volgt. Mijn groep is gecontroleerd, maar ik heb nog geen idee of er kriebelbeestjes in mijn klas zijn gespot. Als de kinderen naar huis zijn, ren ik naar de koffiekamer, waar de dettollucht mijn neusgaten in vliegt. Daar ligt dé map van de luizenmoeders. Daarin staat netjes vermeld wie neten of luizen of misschien wel allebei heeft. Snel scan ik wie het zijn. Dat meisje, nee toch?! Daar hing ik overheen tijdens de uitleg van een rekensom. En die jongen heeft na een valpartij uitgebreid uitgehuild op mijn schouder. Kriebel, krabbel, krab, krab….

Ik weet het zeker… We hebben luis!
Bij thuiskomst, steek ik mijn hoofd onder een lamp voor inspectie. Ik vraag manlief mijn hoofd grondig te checken. Ik weet het zeker. Deze keer heb ik echt luizen! Na een flinke kamsessie stelt hij mij weer gerust. Geen luis te bekennen. En zo gaat het al 15 jaar. Dan komt er een luizen-thuis-controle-bericht van de school van mijn zoon. Ik lach hardop! Ik heb de mythe omarmd, dat luizen niet van rood haar houden. En laat mijn zoon nu het mooiste kastanjebruin rode haar hebben dat je maar kunt bedenken. Maar… wat zie ik daar? Kriebel, krabbel, krab, krab. Toch nog even een extra check. Ik schuif zijn haargrens opzij en zie nog net een dikke hoofdluis met een wit vlaggetje naar me zwaaien… oooh nee!

Voorkomen beter dan genezen
Mijn vriendin druppelt bij iedere haarwasbeurt een paar druppeltjes Tea Tree olie op de ingesopte haren van haar zoontje. In het kader van “voorkomen is beter dan genezen”, ga ik dat vanaf vandaag ook doen. En voor mijn dochter koop ik de vrolijke Leeloop hoofdluis elastiekjes.

Wat is jouw gouden tip om hoofdluis te voorkomen? Reageer door hieronder een reactie te plaatsen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *